Spring naar inhoud

8.5 Toelichting op de balans

1. Immateriële vaste activa

Het verloop van de immateriële vaste activa is als volgt weer te geven:
  Ontwikkelingskosten Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
Stand per 1 januari      
Aanschafprijs 1.425 1.425 1.425
Cumulatieve afschrijvingen en waardeveranderingen -785 -785 -500
       
Boekwaarde 640 640 925
       
Mutaties in het boekjaar      
Investeringen 0 0 0
Desinvesteringen 0 0 0
Afschrijvingen -285 -285 -285
Waardeverminderingen 0 0 0
Overige mutaties 0 0 0
       
Totaal mutaties -285 -285 -285
       
Stand per 31 december      
Aanschafprijs 1.425 1.425 1.425
Cumulatieve afschrijvingen en waardeveranderingen -1.070 -1.070 -785
       
Boekwaarde 355 355 640
De ontwikkelingskosten betreffen de geactiveerde kosten voor ons primair systeem (Tobias365).

2. Vastgoedbeleggingen

2.1 DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het volgende schema samengevat
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari      
Aanschafprijs 826.425 135.565 961.990
Cumulatieve herwaarderingen 766.411 104.970 871.381
Cumulatieve waardeverminderingen -55.568 -13.675 -69.243
       
Boekwaarde 1.537.267 226.860 1.764.127
       
Mutaties in boekjaar      
-Investeringen - aankopen vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingen) 33.403 42.962 76.365
-Investeringen - in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering) 4.099 685 4.784
-Investeringen - overboeking van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 48.640 -89 48.551
-Desinvesteringen - verkopen -1.668 -216 -1.884
-Desinvesteringen - sloop 0 0 0
-Desinvesteringen - buitengebruikstellingen en afstotingen 0 0 0
Herclassificaties:      
-Overboeking van en naar voorraad koopwoningen bestaand -1.423 -112 -1.535
-Overboeking van en naar onroerende zaken ten dienste van de exploitatie 0 -153 -153
Waardeveranderingen:      
-Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 114.304 23.648 137.951
-Onrendabele investeringen en herstructureringen -35.659 -531 -36.190
Overige mutaties:      
-Overboeking tussen DAEB en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie 732 -732 0
       
Saldo 162.427 65.462 227.889
       
Stand per 31 december      
Aanschafprijs 911.870 178.471 1.090.341
Cumulatieve herwaarderingen 823.354 123.730 947.084
Cumulatieve waardeverminderingen -35.531 -9.879 -45.410
       
Boekwaarde 1.699.693 292.322 1.992.016
In de post DAEB-vastgoed in exploitatie zijn 9.354 (2024: 9.153) verhuureenheden opgenomen en in de post niet-DAEB zijn 1.342 (2024: 1.232) verhuureenheden opgenomen. De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ-beschikkingen van deze verhuureenheden bedraagt 2.970 miljoen euro (2024: 2.541 miljoen euro).

Per 30 december 2025 heeft HW Wonen via een activa-passivatransactie het complex “De Gravin” in Oud-Beijerland overgenomen van Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (SOR). Met deze transactie draagt SOR haar volkshuisvestelijke activiteiten in de gemeente Hoeksche Waard over aan HW Wonen. HW Wonen zet de exploitatie en het beheer van deze woningen voort. De Belastingdienst heeft bevestigd dat voor deze transactie de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij taakoverdracht van toepassing is.

De totale overnamesom bedraagt € 75 miljoen (exclusief aankoopkosten) en is gefinancierd met de overname van leningen met een marktwaarde van € 67 miljoen en een aanvullende geldsom van € 8 miljoen. Van het overgenomen vastgoed heeft € 42,8 miljoen betrekking op niet-DAEB-bezit; het resterende deel € 32,2 miljoen betreft DAEB-bezit. Deze bedragen zijn in het verloopoverzicht verwerkt op de regel '-Investeringen - aankopen vastgoed in exploitatie (initiële verkrijgingen)'.

Voor de financiering van het niet-DAEB-deel van de overname is, met goedkeuring van de Autoriteit woningcorporaties, een interne lening van € 35,2 miljoen van de DAEB-tak aan de niet-DAEB-tak gevormd. De SOR heeft eenzelfde bedrag van hun interne lening afgelost. Het resterende deel van het niet-DAEB-deel van de koopsom (€ 7,6 miljoen) is voldaan uit beschikbare liquide middelen binnen de niet-DAEB-tak. De interne lening dient uiterlijk in 2047 volledig te zijn afgelost. Het rentepercentage van deze interne lening bedraagt 4,45%.

In het kasstroomoverzicht is de activa-passivatransactie gesaldeerd verwerkt op de regel aankoop bij de uitgaande kasstroom materiële vaste activa.

De marktwaarde van het bezit van HW Wonen inclusief mutaties in 2025 is in totaal over het jaar 2025 met 228 miljoen euro (12,9%) gestegen van 1.764 miljoen euro ultimo 2024 naar 1.992 miljoen euro ultimo 2025.

Toelichting marktwaarde

De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.

De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:
(in duizenden euro’s) 2025 2024 Waarderingsvariant
Eengezins-meergezinswoningen 1.820.452 1.609.616 full
Flexwoningen 7.255 7.333 full
Woonwagens (gewaardeerd als studenteneenheden) -679 778 full
Bedrijfsmatig onroerend goed 27.255 18.387 full
Maatschappelijk onroerend goed 11.382 13.827 full
Zorgvastgoed (intramuraal) 121.441 109.702 full
Parkeergelegenheden 4.910 4.484 full
Totaal 1.992.016 1.764.127  

Waardestijging van het vastgoed

De waarderingsparameters met de grootste impact op de waardemutatie van de marktwaarde van vastgoed in exploitatie in verhuurde staat in 2025, zijn tot uitdrukking gebracht in onderstaande tabel.
(in duizenden euro's) 2025 % van totale waarde 2024 % van totale waarde
Marktwaarde 1 januari 1.764.127   1.620.229  
Parameter        
Voorraadmutaties 88.999 5,04% 35.104 2,17%
Vastgoedgegevens 41.392 2,35% 21.145 1,31%
Methodische wijzigingen 2.453 0,14% 7.383 0,46%
Validatie -28 -0,00% 0 0,00%
Marktontwikkelingen 96.321 5,46% 91.754 5,66%
Verduurzamingsprojecten onderhanden -1.248 -0,07% -11.489 -0,71%
Totaal mutaties 227.889 12,92% 143.896 8,88%
         
Marktwaarde 31 december 1.992.016   1.764.127  

Methodiek bepalen marktwaarde

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat van eengezins- en meergezinswoningen is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren. Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel. Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen vier categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:
  2025 2024
Woongelegenheden 7,71% 7,93%
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 7,30% 7,12%
Parkeergelegenheden 6,59% 7,84%
Zorgvastgoed 6,23% 6,24%
Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van onderstaande macro-economische parameters (input). Ten behoeve van de vergelijkbaarheid zijn de macro-economische parameters in de waardering ultimo eveneens toegelicht.
Algemene parameters ultimo 2024 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
Prijsinflatie 3,8% 3,6% 3,2% 2,7% 2,0% 2,0% 2,0%
Bouwkostenstijging 5,9% 6,6% 4,3% 3,8% 3,8% 3,8% 2,5%
Overdrachtskosten   11,4% 9,0%        
Algemene parameters ultimo 2025 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Prijsinflatie 3,3% 3,2% 2,6% 2,2% 2,2% 2,2% 2,0%
Bouwkostenstijging 6,7% 4,9% 4,2% 3,3% 3,3% 3,3% 2,5%
Overdrachtskosten   11,4% 9,0%        
Parameters woongelegenheden (Gemiddelde) 2025 2024
Beheerkosten per vhe - egw € 569 € 542
Beheerkosten per vhe - mgw € 558 € 532
Beheerkosten per vhe - standpl € 526 € 502
Instandhoudingsonderhoud per vhe - egw (gem.) € 1.265 € 1.231
Instandhoudingsonderhoud per vhe - mgw (gem.) € 1.299 € 1.221
Instandhoudingsonderhoud per vhe - standpl. (gem.) € 1.158 € 74
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ-waarde)    
- Hoeksche Waard 0,0811% 0,0800%
- Dordrecht 0,0845% 0,0845%
- Zwijndrecht 0,0857% 0,0857%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ-waarde) 0,0700% 0,0700%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren (gem.) 6,6% 6,87%
Mutatiekans bij uitponden (gem.) 7,2% 7,72%
Juridische splitsingskosten per eenheid € 676 € 644
Parameters bedrijfsmatig-, maatschappelijk- en zorg onroerend goed (Gemiddelde) 2025 2024
Instandhoudingsonderhoud BOG per m2 BVO € 7,69 € 7,33
Instandhoudingsonderhoud MOG per m2 BVO € 9,35 € 8,91
Instandhoudingsonderhoud ZOG per m2 BVO € 12,42 € 11,84
Mutatieonderhoud BOG per m2 BVO € 12,90 € 12,29
Mutatieonderhoud MOG per m2 BVO € 15,62 € 14,89
Mutatieonderhoud ZOG per m2 BVO € 15,62 € 14,89
Achterstallig onderhoud per vhe € 0,00 € 0,00
Beheerkosten - BOG (% van de markthuur) 3,00% 3,00%
Beheerkosten - MOG (% van de markthuur) 2,00% 2,00%
Beheerkosten - ZOG (% van de markthuur) 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB - BOG-MOG (% van de WOZ-waarde)    
- Hoeksche Waard 0,2687% 0,2322%
- Rotterdam 0,3986% 0,3986%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten BOG-MOG (% van de WOZ-waarde) 0,1300% 0,1300%
Belastingen inclusief OZB, verzekeringen en overige zakelijke lasten ZOG (% van de WOZ-waarde) 0,3500% 0,3500%
Parameters parkeergelegenheden (Gemiddelde) 2025 2024
Instandhoudingsonderhoud parkeerplaats per jaar € 70,99 € 68,00
Instandhoudingsonderhoud garagebox per jaar € 238,98 € 228,00
Beheerkosten parkeerplaats per jaar € 35,49 € 34,00
Beheerkosten garagebox per jaar € 48,51 € 46,00
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ-waarde) 0,2300% 0,2300%
Juridische splitsingskosten per eenheid € 675,55 € 644,00
Verkoopkosten per eenheid € 675,55 € 644,00
     
Mutatiekans bij doorexploiteren (gem.) 4,82% 4,90%
Mutatiekans bij uitponden (gem.) 5,16% 5,26%

Klimaatgerelateerde zaken

Voor de waardebepaling van de vastgoedbeleggingen wordt rekening gehouden met de impact van klimaatgerelateerde zaken. De veronderstelling is dat de vastgoedbeleggingen momenteel niet blootgesteld zijn aan ernstige fysieke risico’s, maar dat tot zekere hoogte de invloed van transitierisico’s worden meegenomen in de waardering. Dit relateert onder andere aan de toenemende vereisten voor energie-efficiëntie van gebouwen door klimaatgerelateerde wet- en regelgeving en de toenemende vraag vanuit huurders voor energiezuinige gebouwen. Bij de waardebepaling is rekening gehouden met de noodzakelijke investeringen die benodigd zijn om ervoor te zorgen dat voldaan wordt aan deze vereisten.

Inschakeling taxateurs

In 2023 zijn de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd volgens de full-versie van het waarderingshandboek. Daarbij heeft een volledige taxatie van het gehele vastgoed plaatsgevonden. Vanaf 2024 wordt jaarlijks 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie gewaardeerd op basis van een volledige taxatie, het 2/3 deel wordt getaxeerd volgens een markttechnische update. De taxatie vindt plaats door twee onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateurs, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd.

Toepassing vrijheidsgraden

HW Wonen hanteert bij de modelmatige waardering van het vastgoed de uitgangspunten zoals opgenomen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Daarbij erkennen wij dat de erkende taxateurs op basis van het "pas toe of leg uit"-principe vrijheidsgraden mogen toepassen om tot een betere waardering op complexniveau te komen.

De taxateur heeft de professionele ruimte om gemotiveerd af te wijken van de standaard uitgangspunten uit het waarderingshandboek. Wij achten de door hen gemaakte keuzes in het toepassen van de vrijheidsgraden passend binnen hun oordeelsvorming.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.
Vrijheidsgraad DansenvanderVegt
  Woongelegenheden BOG/MOG/ZOG Parkeergelegenheden
Schematische vrijheid Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. Deze vrijheidsgraad is toegepast, waarbij per BOG/MOG/ZOG-type inschattingen gemaakt zijn voor respectievelijk de looptijd bij herziening en huurvrije periode. Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Markthuur(stijging) Deze vrijheidsgraad is generiek toegepast. De woningcorporaties tellen gezamenlijk jaarlijks de ‘markthuurtabel’ vast op basis van referentietransacties. In die tabel wordt een onderbouwde koppeling tussen markthuur en leegwaarde gelegd. Waar nodig wordt deze op complexniveau vervolgens overruled. De toekomstige markthuurontwikkeling is generiek toegepast op basis van afspraken uit dit overleg. Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Toelichting taxateur: de taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van de opdrachtgever. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database.
Eindwaarde (exit yield) Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Toelichting taxateur: in enkele gevallen acht de taxateur een modelmatige eindwaardeberekening conform het Handboek niet realistisch. In die gevallen is de door taxateur vastgestelde exit yield als vrijheidsgraad gehanteerd. Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur acht een modelmatige berekening van de exit yield niet realistisch. De exit yield is ingeschat door het bruto aanvangsrendement te corrigeren voor eventuele veroudering en/of wijziging van het risicoprofiel aan het einde van de DCF-periode. Deze vrijheidsgraad is toegepast. Toelichting taxateur: taxateur acht een modelmatige eindwaardeberekening conform het Handboek niet realistisch. Door taxateur vastgestelde exit yields zijn als vrijheidsgraad gebruikt.
Leegwaarde(stijging) Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Toelichting taxateur: de taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van de opdrachtgever. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing. Deze vrijheidsgraad is toegepast. Toelichting taxateur: de taxateur acht een eigen inschatting beter passend bij de portefeuille van de opdrachtgever. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database.
Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet. Deze inschatting is vastgelegd in het dossier en op verzoek verkrijgbaar.
Onderhoud Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2025 beter passend. Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2025 beter passend.
Technische splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Mutatie- en verkoopkans Deze vrijheidsgraad is toegepast. In beginsel geldt de historische mutatiegraad als uitgangspunt over de afgelopen 12 jaar. Deze vrijheidsgraad is toegepast bij alle complexen. Na expiratie van het huurcontract is een mutatiekans van 100% ingerekend. Deze vrijheidsgraad is toegepast. In beginsel geldt de historische mutatiegraad als uitgangspunt over de afgelopen 12 jaar.
Bijzondere uitgangspunten Deze vrijheidsgraad is gebruikt bij de ontwikkelprojecten. Bij de taxatie van deze complexen is ervan uitgegaan dat het object op peildatum volledig is gerealiseerd en opgeleverd conform de door opdrachtgever ter beschikking gestelde informatie. De situatie zonder het bijzondere uitgangspunt (in huidige staat) is voor de renovatiecomplexen verwerkt in de marktwaarde van de woningcomplexen. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.
Erfpacht Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Bij complex 760 is erfpacht van toepassing. Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Exploitatiescenario Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing. Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
Vrijheidsgraad MVGM
  Woongelegenheden BOG/MOG/ZOG Parkeergelegenheden
Schematische vrijheid / bijzondere uitgangspunten (uitpond)beklemmingen zijn conform de opgave van de corporatie meegenomen in de waardering. De wettelijke verkooprestricties zijn verwerkt in Ortec TMS en worden conform de Best Practices toegepast. Daarnaast is er bij wooncomplexen met voornamelijk onzelfstandige eenheden voor gekozen alleen het doorexploiteerscenario te hanteren. (uitpond)beklemmingen zijn conform de opgave van de corporatie meegenomen in de waardering. De wettelijke verkooprestricties zijn verwerkt in Ortec TMS en worden conform de Best Practices toegepast. (uitpond)beklemmingen zijn conform de opgave van de corporatie meegenomen in de waardering. De wettelijke verkooprestricties zijn verwerkt in Ortec TMS en worden conform de Best Practices toegepast.
Markthuur / markthuurstijging Wat betreft de wooncomplexen; MVGM heeft per wooncomplex op basis van de markthuurtabel van Value Metrics de markthuur bepaald; deze uitkomsten zijn vervolgens gecontroleerd op aannemelijkheid middels vergelijkbare referenties per complex. Per wooncomplex zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woningen en afwerking de best bruikbare huurreferenties geselecteerd. De transacties zijn afgepeld en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de te taxeren woningen. Zie hiervoor de aangedragen referenties in TMS en de referentiebladen per wooncomplex in de bijlagen van het rapport. Ten aanzien van de BOG-complexen heeft MVGM per verhuurbare eenheid de markthuur bepaald. Er zijn per waarderingscomplex referenties opgenomen in de complexrapportages. Uit deze bijgevoegde overzichten kan een indruk worden verkregen van de marktwaarde van de getaxeerde objecten. Hoewel de verschillende referentiepanden alle over eigen kenmerken beschikken, zijn één of meerdere kenmerken vergelijkbaar met die van de getaxeerde objecten. Afzonderlijk en in totaliteit geven de referenties daardoor aanknopingspunten bij de bepaling van de marktwaarde van het getaxeerde. Hierbij moet worden aangetekend dat de uitgangspunten in alle gevallen verschillen van het taxatie-object. Deze referenties kunnen derhalve niet als één op één vergelijkbaar worden gezien. Wat betreft de markthuurstijging van de woon- en parkeercomplexen is het Handboek gevolgd. Ten aanzien van de BOG, MOG en ZOG complexen is overwegend het Handboek gevolgd, maar is in enkele gevallen ten aanzien van de markthuurstijging een eigen inschatting gehanteerd. Vanaf jaar 4 wordt de verwachte prijsinflatie (Handboek) gevolgd.
Eindwaarde (exit yield) Wij hebben de exit yield aan de huur/leegwaarde van het wooncomplex aan het einde van de beschouwingsperiode gerelateerd. Hiermee is op basis van marktreferenties en een te verwachten veroudering een exit yield ingeschat. Daarnaast is er gerekend met het bruto aanvangsrendement (BAR) op de huurinkomsten in jaar 1 vermeerderd met een verouderingsopslag, waarmee de ingeschatte exit yield is getoetst. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.
Per wooncomplex is aan de hand van bovenstaande werkwijze getoetst of de eindwaarde (en daaruit voortvloeiende exit yield) van het Handboek overschreven moet worden. Over het algemeen hebben wij aanpassingen gedaan in de disconteringsvoet waardoor ook de berekende eindwaarde wijzigt. Op het moment dat de berekende exit yield nog steeds te veel meer dan 0,5% afwijkt van hetgeen wij passend achten, dan is exit yield door ons overschreven.
Leegwaarde Per wooncomplex zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woning, transactiedatum en afwerking de best bruikbare koopreferenties geselecteerd. De transacties zijn afgepeld en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de te taxeren woningen. MVGM heeft per wooncomplex op basis van een referentiewoning met een gemiddeld oppervlakte de leegwaarde bepaald.    
Wij zijn uitgegaan van een sober / eenvoudig afwerkingsniveau van de woningen. Daarnaast is er voor de leegwaardebepaling daar waar van toepassing (fictief) uitgegaan van eigendom / langdurig afgekochte erfpacht om hier zodoende in de marktwaardebepaling niet dubbel voor te corrigeren.

Per complex hebben wij de drie beste referenties in de complexrapportages opgenomen. Daarnaast hebben we de gehanteerde referentiebladen opgenomen in de bijlagen van het rapport. Wij hebben de referenties op basis van foto’s de woning en het afwerkingsniveau beoordeeld en waar nodig correcties meegenomen. Daarnaast hebben wij gecorrigeerd voor de factor tijd met een marktindex en uiteraard ook voor het verschil in metrage.
Per complex hebben wij de drie beste referenties in de complexrapportages opgenomen. Daarnaast hebben we de gehanteerde referentiebladen opgenomen in de bijlagen van het rapport. Wij hebben de referenties op basis van foto’s de woning en het afwerkingsniveau beoordeeld en waar nodig correcties meegenomen. Daarnaast hebben wij gecorrigeerd voor de factor tijd met een marktindex en uiteraard ook voor het verschil in metrage.
Per complex hebben wij de drie beste referenties in de complexrapportages opgenomen. Daarnaast hebben we de gehanteerde referentiebladen opgenomen in de bijlagen van het rapport. Wij hebben de referenties op basis van foto’s de woning en het afwerkingsniveau beoordeeld en waar nodig correcties meegenomen. Daarnaast hebben wij gecorrigeerd voor de factor tijd met een marktindex en uiteraard ook voor het verschil in metrage.
Leegwaardestijging Leegwaardestijging: Onderstaande leegwaarde indexatiereeks is voor de wooncomplexen gehanteerd en is overeenkomstig met het Handboek. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.
Disconteringsvoet De disconteringsvoet is modelmatig bepaald middels het opslagenmodel van Value Metrics en ingelezen in TMS. De modelmatige basis van de disconteringsvoet wordt getoetst. Met name het aanvangsrendement versus de huur/leegwaarde verhouding en de leegwaarderatio van de geanalyseerde marktreferenties zijn van belang. Op basis van de kasstromen, de overige waarderingsparameters en de modelmatige bepaalde disconteringsvoet wordt getoetst in hoeverre het te taxeren complex aansluit op de markt. De disconteringsvoet, en als onderdeel hiervan de marktcorrectie, is hierbij belangrijk om aansluiting op de markt te krijgen.
Mutatiegraad HW Wonen heeft per complex de 12-jaars gemiddelde historische mutatiegraad als toekomstige mutatiegraad gehanteerd met een ondergrens van 4% conform de Best Practices 2025. Indien er sprake is van een verkoopbeperking vinden er in het uitpondscenario geen verkopen plaats in de eerste 7 jaar.
MVGM heeft in de regel geen aanpassingen gedaan in de mutatiegraad.
Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing. HW Wonen heeft per complex de 12-jaars gemiddelde historische mutatiegraad als toekomstige mutatiegraad gehanteerd met een ondergrens van 4% conform de Best Practices 2025. Indien er sprake is van een verkoopbeperking vinden er in het uitpondscenario geen verkopen plaats in de eerste 7 jaar.
MVGM heeft in de regel geen aanpassingen gedaan in de mutatiegraad.
Onderhoud Ten aanzien van ‘jonge’ wooncomplexen is er een verjongingsfactor in het doorexploitatiescenario gehanteerd.
Indien bouwjaar >2005, max. 150% van instandhoudingsonderhoudsnorm in UP-scenario.
Indien bouwjaar >2015, max. 125% van instandhoudingsonderhoudsnorm in UP-scenario.
Het complex wordt eerst getaxeerd uitgaande van een neutrale onderhoudsstaat. Taxateurs zijn ervan uitgegaan dat eventuele kosten voor achterstallig onderhoud noodzakelijk zijn om een neutrale onderhoudsstaat te realiseren. Eventueel aanwezig achterstallig onderhoud wordt buiten beschouwing gelaten in de leegwaarde en markthuur om zo dubbeltelling te voorkomen.
Bij renovatie complexen gaat MVGM uit van een lager risico in de exit yield door het verbeterde kwaliteitsniveau.
De onderhoudskosten voor de BOG/MOG complexen die volledig zijn getaxeerd zijn door taxateurs ingeschat met behulp de ‘Vastgoed Taxatiewijzer exploitatiekosten 2025’ en op basis van de inschatting van taxateurs in relatie tot de kwaliteit van het object. Van de BOG/MOG/ZOG complexen die voorzien zijn van een markttechnische update zijn de ingeschatte onderhoudslaten geïndexeerd t.o.v. 2024;. Deze vrijheidsgraad is niet van toepassing.
Technische splitsingskosten Conform het Generieke Parameter Overleg worden enkel de eventuele juridische splitsingskosten meegenomen. Technische splitsingskosten zijn niet meegenomen, omdat deze niet zijn te bepalen door taxateurs op basis van een geveltaxatie.
Achterstallig onderhoud Het complex wordt eerst getaxeerd uitgaande van een neutrale onderhoudsstaat. Taxateurs zijn ervan uitgegaan dat eventuele kosten voor achterstallig onderhoud noodzakelijk zijn om een neutrale onderhoudsstaat te realiseren. Eventueel aanwezig achterstallig onderhoud wordt buiten beschouwing gelaten in de leegwaarde en markthuur om zo dubbeltelling te voorkomen.
Overdrachtsbelasting Overdrachtsbelasting: Handboek is gevolgd, wettelijke actuele tarieven. In de waardering is bij aanvang gerekend met een overdrachtsbelasting van 10,4% (totaal percentage kosten koper van 11,4%). Vanaf periode 1 wordt voor de wooncomplexen gerekend met het nieuwe tarief van 8% (totaal percentage kosten koper van 9%), de overdrachtsbelasting van de PAR en BOGMOGZOG complexen is ongewijzigd 10,4% (totaal percentage kosten koper van 11,4%).
Toegepaste vrijheidsgraden Gemiddelde Minimaal Maximaal
       
Woningen      
       
Markthuurstijging 0,7% 0,0% 1,4%
Markthuur € 1.126 € 448 € 2.053
Exit Yield (doorexploiteren) 4,9% 3,5% 11,5%
Exit Yield (uitponden) 4,3% 0,0% 7,9%
Leegwaardestijging 4,5% 4,0% 5,0%
Leegwaarde € 323.933 € 45.683 € 675.229
Disconteringsvoet (doorexploiteren) 5,8% 4,8% 11,5%
Disconteringsvoet (uitponden) 7,7% 6,3% 10,9%
Mutatie- en verkoopkans 7,8% 4,0% 15,0%
Instandhoudingsonderhoud (doorexploiteren) € 2.102 € 194 € 2.725
Exploitatie scenario Doorexploiteren of uitponden
       
BOG MOG ZOG      
       
Markthuurstijging 2,3% 1,3% 2,6%
Markthuur per m2 VVO € 141 € 0 € 281
Exit Yield (doorexploiteren) 8,6% 5,2% 11,7%
Disconteringsvoet (doorexploiteren) 7,0% 4,2% 9,8%
Instandhoudingsonderhoud per m2 BVO 9,31 7,69 12,42
Exploitatie scenario Doorexploiteren
       
Parkeren      
       
Markthuurstijging 0,8% 0,0% 1,4%
Markthuur € 124 € 50 € 225
Exit Yield (doorexploiteren) 8,0% 6,5% 10,3%
Exit Yield (uitponden) 6,9% 0,0% 9,5%
Leegwaardestijging 2,3% 2,0% 2,6%
Leegwaarde € 27.806 € 12.000 € 50.000
Disconteringsvoet (doorexploiteren) 6,6% 5,3% 9,0%
Disconteringsvoet (uitponden) 6,6% 5,3% 10,0%
Mutatie- en verkoopkans 4,9% 2,9% 8,0%
Instandhoudingsonderhoud (doorexploiteren) € 208 € 53 € 268
Exploitatie scenario Doorexploiteren of uitponden

Schattingen

Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn gebaseerd, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde, is ten aanzien van woningen, BOG/MOG/ZOG en parkeren gewaardeerd volgens de DCF-methode, de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

Effect op de marktwaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt DAEB Niet-DAEB Totaal % op totaal
Huurstijging eerste jaar + 1 %-punt 5.158  667  5.825  0,29%
  - 1 %-punt -5.167  -684  -5.851  -0,29%
           
Huurstijging ieder jaar + 1 %-punt 47.664  4.595  52.259  2,60%
  - 1 %-punt -43.694  -5.477  -49.171  -2,45%
           
Mutatiegraad + 0,5 %-punt 29.747  3.764  33.511  1,67%
  - 0,5 %-punt -31.654  -4.142  -35.796  -1,78%
           
Exit yield + 0,5 %-punt -19.747  -2.505  -22.252  -1,11%
  - 0,5 %-punt 33.799  4.252  38.051  1,90%
           
Disconteringsvoet + 0,1 %-punt -14.169  -1.988  -16.158  -0,80%
  - 0,1 %-punt 14.893  2.278  17.171  0,86%
           
Onderhoud + 5 %-punt -5.585  -562  -6.148  -0,31%
  - 5 %-punt 6.093  422  6.515  0,32%
           
Leegwaarde + 5 %-punt 52.169  9.296  61.465  3,06%
  - 5 %-punt -47.405  -8.223  -55.627  -2,77%
           
Markthuur + 5 %-punt 8.466  2.139  10.604  0,53%
  - 5 %-punt -7.185  -1.366  -8.551  -0,43%
Hypothecaire zekerheden

Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het WSW heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. HW Wonen heeft hiervoor een volmacht verstrekt aan het WSW als bedoeld in artikel 30 van het Reglement van Deelneming Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het WSW kan indien het dit noodzakelijk acht hypotheek op het onderpand leggen. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is opgenomen onder de ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’. Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gefinancierd middels de verstrekte startlening uit de DAEB-tak.

Beleidswaarde
De beleidswaarde ultimo 2025 bedraagt € 1.200 mln. uitgesplitst in DAEB € 973 mln. en niet-DAEB € 226 mln.
  DAEB vastgoed Niet-DAEB vastgoed Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
         
Martkwaarde 1.699.693 292.322 1.992.016 1.764.127
         
Aanpassing beschikbaarheid -99.313 -16.235 -115.548 -122.267
Aanpassing betaalbaarheid -473.942 -40.915 -514.857 -382.379
Aanpassing kwaliteit -324.817 -38.109 -362.926 -255.291
Aanpassing beheer -46.797 -4.540 -51.337 -44.076
Aanpassing disconteringsvoet 218.337 33.867 252.204 326.152
         
Totaal afslagen -726.532 -65.932 -792.465 -477.861
         
Beleidswaarde 973.161 226.390 1.199.551 1.286.266

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:
  DAEB Niet-DAEB
Gemiddelde streefhuur per maand voor: 722 1.094
Norm beheerlasten per jaar per woning 1.106 1.190
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning 3.452 3.615
Disconteringsvoet 4,22% 4,76%
Aantal verhuureenheden met EFG label 440 11
Streefhuur

Ten aanzien van de streefhuren hanteert HW Wonen vastgestelde huurprijzen, waarbij wordt afgetopt op basis van vaste huurprijs segmenten.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

De in de meerjarenonderhoudbegroting opgenomen geschatte lasten inzake Reparatie-en klachtenonderhoud alsmede mutatieonderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex. Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectieve naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten bijvoorbeeld voor de installaties, schoonmaak en groenonderhoud. Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudbegroting (MJOB) van HW wonen. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoud cycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van maximaal een conditiescore 3.

De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht HW wonen conditiemetingen. De conditiemetingen worden 1 keer in de 4 jaar verricht.

Bij het opstellen van de MJOB houdt HW wonen rekening met de actuele prijspeil data gebaseerd op standaard prijzen die zijn overeengekomen met onze regie-aannemers voor dagelijks- en mutatieonderhoud. Jaarlijks levert een externe kostendeskundige de te hanteren prijzen voor de overige onderhoudscomponenten aan.

De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatig onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.

In de MJOB houdt HW Wonen rekening met de volgende cycli:
  2025 2024
Schilderwerk 8 jaar 8 jaar
Installaties (brand, CV en MV) 15 - 25 jaar 15 - 25 jaar
Dak vervanging 48 - 54 jaar 36 jaar
Voegwerk 24 jaar 24 jaar
Kozijnvervanging (hout respectievelijk kunststof) 48 56
  respectievelijk respectievelijk
  40 jaar 40 jaar
Keukens 20 jaar 20 jaar
Badkamer 25 jaar 25 jaar
Toilet 25 jaar 25 jaar
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte en toekomstige instandhoudingsonderhouduitgaven.
EFG labels

HW Wonen heeft nog 451 (2024: 482) eenheden waarop een EFG label van toepassing is. Voor deze complexen is een correctie uitgevoerd op de MJOB.

Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde zijn geen uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud.

Beheerlasten

De beheerlasten norm is gebaseerd op de het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Meerjarenbegroting 2026.

Sensitiviteitsanalyse
De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk efect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2025:
Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt DAEB Niet-DAEB Totaal % op Totaal
Mutatiegraad 0,5% hoger 4.524 725 5.249 0,43%
  0,5% lager -5.061 -808 -5.869 -0,48%
           
Disconteringsvoet 0,5% hoger -91.733 -20.219 -111.953 -9,22%
  0,5% lager 107.626 23.701 131.327 10,81%
           
Streefhuur per maand € 25 hoger 342 370 713 0,06%
  € 25 lager -342 -236 -579 -0,05%
           
Lasten beheer per jaar € 100 hoger -33.376 -3.249 -36.626 -3,01%
  € 100 lager 33.376 3.249 36.626 3,01%
           
Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger -33.376 -3.249 -36.626 -3,01%
  € 100 lager 33.376 3.249 36.626 3,01%

2.2 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Een overzicht van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (VoV) is in het volgende schema opgenomen:
Bij de contracten gebaseerd op het “Koopgarant”-principe geldt dat er sprake is van verleende kortingen tussen 15% en 25%. Daarnaast heeft HW Wonen een terugkoopverplichting. De onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn gewaardeerd op de leegwaarde onder aftrek van de korting. Van 2015 tot en met 2022 zijn er overigens geen woningen onder een VoV-regeling overgedragen aan derden. Vanaf 2023 wordt een deel van de teruggekochte woningen weer doorverkocht in Koopgarant. De overige teruggekochte woningen worden vrij op naam (v.o.n.) verkocht of opnieuw in verhuur genomen.

Gedurende het boekjaar zijn 6 "Koopgarant"-woningen onder de bovengenoemde en individueel van toepassing zijnde condities teruggekocht, waarvan 4 als afkoop bloot eigendom en 2 woningen zijn in koopgarant doorverkocht.

  Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
Stand per 1 januari    
Contractprijs (verkochte woningen) 25.691 26.223
Cumulatieve herwaardering 20.576 17.442
Cumulatieve waardeverminderingen -51 -21
     
Boekwaarde 46.216 43.645
     
Mutaties in het boekjaar    
     
Investeringen 593 1.261
Desinvesteringen 0 0
-Overboeking naar vastgoed in exploitatie 0 -835
-Overboeking naar vastgoed bestemd voor de verkoop -1.767 -958
Waardeveranderingen 3.665 3.103
     
Saldo 2.491 2.571
     
Stand per 31 december    
Contractprijs (verkochte woningen) 25.343 25.691
Cumulatieve herwaardering 23.374 20.576
Cumulatieve waardeverminderingen -11 -51
     
Boekwaarde 48.707 46.216
     
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
     
Aantal verkochte eenheden 1 januari 175 178
Verkopen boekjaar 2 5
Terugkopen boekjaar -6 -8
Aantal verkochte eenheden 31 december 171 175

2.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Een overzicht van het vastgoed in ontwikkeling is in het volgende schema opgenomen:
  Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
Stand per 1 januari    
Aanschafprijs 20.018 41.728
Cumulatieve waardeverminderingen -16.565 -33.798
     
Boekwaarde onder aftrek van voorziening 3.453 7.930
     
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 8.656 12.392
     
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 12.109 20.322
     
Mutaties in het boekjaar    
Investeringen 56.706 31.982
Desinvesteringen 0 0
Waardeveranderingen -38.345 12.962
Overboeking naar DAEB vastgoed in exploitatie -12.873 -44.645
Overboeking naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie 512 -8.362
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop 0 -151
     
Saldo 6.000 -8.214
     
Stand per 31 december    
Aanschafprijs 28.138 20.018
Cumulatieve waardeverminderingen -10.195 -16.565
     
Boekwaarde onder aftrek van voorziening 17.943 3.453
     
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 166 8.656
     
Boekwaarde voor aftrek van voorziening 18.109 12.109

3. Materiële vaste activa

3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Een overzicht van de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie is in het volgende schema opgenomen:
  Bedrijfsgebouwen en grond Inventarissen Vervoermiddelen Warmtemeters Automatisering Totaal 31 december 2025 Totaal 31 december 2024
Stand per 1 januari              
Cumulatieve verkrijgingsprijs 7.724 642 475 56 3.593 12.490 11.617
Cumulatieve afschrijvingen -4.780 -447 -401 -3 -2.709 -8.340 -7.696
               
Boekwaarde 2.944 195 74 53 884 4.150 3.921
               
Mutaties in het boekjaar              
               
Investeringen 385 8 104 0 608 1.105 900
Buitengebruikstellingen en afstotingen 0 0 -12 0 0 -12 -26
Herclassificatie 153 0 0 0 0 153 0
Afschrijvingen -282 -55 -67 -6 -322 -732 -645
               
Saldo 256 -47 26 -6 286 515 229
               
Stand per 31 december              
Cumulatieve verkrijgingsprijs 8.263 650 579 56 4.201 13.749 12.490
Cumulatieve afschrijvingen -5.062 -502 -480 -8 -3.032 -9.083 -8.340
               
Boekwaarde 3.201 148 99 48 1.169 4.665 4.150
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering.

4. Financiële vaste activa

4.4 Latente belastingvordering(en)

De mutaties in de latente belastingvorderingen zijn in het volgende schema samengevat:
  Waardering in jaarrekening Fiscale waardering Verschil Latentie tegen nominale waarde Latentie tegen contante waarde Waarvan kortlopend Waarvan langlopend
Leningen 485.216 484.483 733 189 162 22 140
Vastgoed in exploitatie (wel afschrijvingspotentieel) 15.916 23.292 7.376 1.903 1.562 132 1.430
Vastgoed in exploitatie (geen afschrijvingspotentieel) 1.976.100 1.478.116 497.984 128.480 0 0 0
               
Stand per 31 december       130.572 1.724 154 1.570
Verwacht wordt dat van de latente belastingvorderingen op balansdatum een bedrag van € 154 (2024: € 151) binnen een jaar wordt gerealiseerd. De nominale waarde van de belastinglatentie bedraagt € 130.572. De gemiddelde looptijd van de latente belastingvorderingen bedraagt tussen de 15 jaar (voor de leningen) en 20 jaar (voor het afschrijvingspotentieel).
(Dis)agio leningen

In de jaarrekening is voor de leningen een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.

Vastgoed in exploitatie

Voor tijdelijke verschillen tussen de waardering in de jaarrekening en de fiscale waardering is een latente belastingvordering van € 1.562 (2024: € 2.422) in de balans opgenomen. Dit betreft de waardering van het fiscaal afschrijvingspotentieel. Dit betreft het verschil tussen de fiscale waarde en de marktwaarde dat door fiscale afschrijvingen in de komende jaren wordt gerealiseerd tot maximaal de WOZ-waarde.

Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie en het vastgoed dat is bestemd voor verkoop is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert.

4.6 Overige vorderingen

  31 december 2025 31 december 2024
Herstructurering derivatenportefeuille    
Boekwaarde per 1 januari 11.155 0
-Herstructurering derivaat Deutsche Bank (2018) 0 11.436
-Amortisatie -281 -281
     
Boekwaarde per 31 december 10.874 11.155
In 2018 is 1 derivaat met breakclausules doorgezakt in een vastrentende lening. Op het moment van de doorzak/afkoop had een actiefpost moeten worden opgenomen. Deze post is gelijk aan het agio in de langlopende schulden (waarin de hoge toekomstige te betalen rente) en de negatieve marktwaarde van het afgekochte derivaat. De actiefpost vertegenwoordigt de marktwaarde van de beëindigde renteswap. Deze post loopt, evenals het agio onder de langlopende schulden, af conform het oorspronkelijke derivaatcontract.

Het kortlopende gedeelte van deze post (de amortisatie van aankomende jaar) bedraagt 281 duizend euro en maakt onderdeel uit van de financiële vaste activa.

Voorraden

5.1 Vastgoed bestemd voor verkoop

  31 december 2025 31 december 2024
Bestaand bezit; leeg voor verkoop (overgeheveld vanuit vastgoedbeleggingen in exploitatie) 3.217 3.595
Terugkoop Koopgarant: beschikbaar voor doorverkoop 0 0
     
Boekwaarde per 31 december 3.217 3.595
Per ultimo 2025 bedraagt het aantal eenheden verantwoord onder bestaand vastgoed bestemd voor verkoop 10 woningen en 2 parkeerplaatsen. Per ultimo 2025 maken 864 (2024: 883) woningen onderdeel uit van de verkoopportefeuille. HW Wonen hanteert het beleid van uitgestelde verkoop, hetgeen inhoudt dat woningen bij mutatie opnieuw worden verhuurd zolang deze noodzakelijk zijn voor de volkshuisvestelijke taakstelling. Hierdoor worden uitsluitend woningen als vastgoed bestemd voor verkoop geclassificeerd waarvoor een concreet verkoopbesluit is genomen.

5.2 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop

  31 december 2025 31 december 2024
Stand per 1 januari 151 0
     
Betaalde kosten 99 0
Grondpositie zonder bestemming 0 151
Overboeking naar onderhanden werk 0 0
     
  250 151
Dotatie / onttrekking voorziening voor verwachte verliezen 0 0
     
Stand per 31 december 250 151
Dit betreft een grondpositie, waar op korte termijn worden er geen activiteiten verwacht op deze locatie en voorbereidingskosten voor het koopproject de Gorzen.

6. Vorderingen

6.1 Huurdebiteuren

  31 december 2025 31 december 2024
Huurdebiteuren 853 1.013
Af: voorziening wegens oninbaarheid -161 -217
Totaal huurdebiteuren 692 796

6.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31 december 2025 31 december 2024
Vennootschapsbelasting 4.090 4.615
  4.090 4.615
De post te vorderen vennootschapsbelasting betreft met name € 3,0 miljoen voor het jaar 2019 en € 0,8 miljoen voor het jaar 2024 (via verliesverrekening naar 2023). De verwachting is dat deze bedragen in 2026 zullen worden ontvangen.

6.4 Overige vorderingen

  31 december 2025 31 december 2024
Debiteuren 41 23
Af: voorziening wegens oninbaarheid 0 0
Totaal overige vorderingen 41 23

6.5 Overlopende activa

  31 december 2025 31 december 2024
Vooruitbetaalde bedragen 658 1.480
In 2024 is een creditnota van een aannemer van € 0,9 miljoen verantwoord, die in 2025 is ontvangen.

7. Liquide middelen

  31 december 2025 31 december 2024
Banken 6.541 8.283
Totaal liquide middelen 6.541 8.283
Het betreft hier de aangehouden middelen bij de BNG en de Rabobank. De liquide middelen zijn vrij beschikbaar.

8. Eigen vermogen

Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:
(in duizenden euro's) 31 december 2025 31 december 2024
Herwaarderingsreserve 970.458 891.956
Wettelijke reserves 355 640
Resultaat boekjaar 130.654 110.664
Overige reserves 422.946 390.500
Totaal 1.524.413 1.393.760

8.1 Herwaarderingsreserve

In de herwaarderingsreserve zijn de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering
  DAEB in exploi-tatie niet-DAEB in exploi-tatie VOV Totaal 2025 Totaal 2024
Boekwaarde per 1 januari 766.411 104.970 20.575 891.956 831.760
           
Realisatie verkoop -2.189 -145 -826 -3.159 -2.493
Realisatie sloop 0 0 0 0 0
Mutatie herwaardering 59.132 18.906 3.624 81.662 116.670
Overige mutaties 0 0 0 0 -53.981
           
Boekwaarde per 31 december 823.354 123.730 23.374 970.458 891.956

8.2 Wettelijke reserve

De wettelijke reserve bestaat uit de wettelijke reserve voor geactiveerde ontwikkelingskosten. Voor geactiveerde ontwikkelingskosten is een wettelijke reserve gevormd ter grootte van de boekwaarde ervan, ten bedrage van 640 duizend euro (2023: EUR 925 duizend euro).
(in duizenden euro's) 2025 2024
Stand 1 januari 640 925
Mutatie -285 -285
Stand 31 december 355 640

8.3 Resultaat boekjaar

  2025 2024
Resultaat boekjaar 130.654 110.664

8.4 Overige reserve

  2025 2024
Stand per 1 januari 390.500 509.081
     
Toebedeeld resultaat boekjaar voorgaand 110.664 -58.670
Realisatie uit herwaarderingsreserve/Wettelijke reserve -78.217 -59.911
     
Stand per 31 december 422.946 390.500
Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024

De jaarrekening 2024 is vastgesteld in de vergadering van de Raad van Commissarissen gehouden op 10 juni 2025. De vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

Beleidswaarde

Per 31 december 2025 is in totaal 970,5 miljoen euro aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024: 891,9 miljoen euro), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van 792 miljoen euro (202:478 miljoen) in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van HW Wonen niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van HW Wonen. De mogelijkheden voor HW Wonen om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van HW Wonen is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

9. Voorzieningen

9.1 Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructureringen

  Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouwprojecten 31 december 2025 31 december 2024
Stand per 1 januari 0 8.656 8.656 20.770
         
Mutaties in het boekjaar        
         
Toevoeging ten laste van het resultaat 33.899 477 34.376 27.086
Onttrekkingen -33.899 -4.987 -38.886 -39.200
Vrijval ten gunste van het resultaat 0 -3.980 -3.980 0
         
Totaal mutaties 0 -8.490 -8.490 -12.114
         
Stand per 31 december 0 166 166 8.656
De voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw en herstructureringen betreft het per saldo verlieslatende deel van alle beslissingen waarvoor geldt: extern gecommuniceerd, intern geformaliseerd, ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen en herstructurering waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen. Verwacht wordt dat van dit bedrag op balansdatum een bedrag van 166 duizend euro (2024: 8.656 duizend euro) binnen een jaar wordt gerealiseerd en geen bedragen na vijf jaar.

9.2 Voorziening latente belastingverplichtingen

Het verloop van de post voorziening latente belastingverplichtingen is als volgt:
  31 december 2025 31 december 2024
Stand per 1 januari 0 0
     
Mutaties in het boekjaar    
     
Toevoeging ten laste van het resultaat 7.523 0
Vrijval ten gunste van het resultaat 0 0
Saldering met latente belastingvorderingen 0 0
     
Totaal mutaties 7.523 0
     
Stand per 31 december 7.523 0
De voorziening latente belastingverplichtingen is gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen in de fiscale en commerciele waardering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar onderdeel 27. Belastingen.

9.3 Overige voorzieningen

Het verloop van de post overige voorzieningen is als volgt:
  Overige jubileumuitkering / ontwikkelingsbudget 31 december 2025 31 december 2024
Stand per 1 januari 79 404 483 345
         
Mutaties in het boekjaar        
         
Toevoegingen ten laste van het resultaat 0 14 14 138
Vrijval ten gunste van het resultaat -79 0 -79 0
Oprenting en verandering discontovoet 0 12 12 0
         
Totaal mutaties -79 25 -54 138
         
Stand per 31 december 0 430 430 483
Het deel van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar wordt afgewikkeld bedraagt 6 duizend euro, dit betreft de voorziening jubileumuitkering/ loopbaanontwikkelingsbudget. Het overige deel van de voorziening 424 duizend euro is als een verplichting op lange termijn aan te merken. Het betreffen hier de voorzieningen met betrekking tot de te de voorziening jubileumuitkering/ loopbaanontwikkelingsbudget.
Voorziening jubileumuitkering/loopbaanontwikkelingsbudget

De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen, contant gemaakt tegen 2,57% (2024,: 2,24%). De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijf kans en leeftijden. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar wordt afgewikkeld bedraagt 5,8 duizend euro (2024: 9,6 duizend euro). Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar wordt afgewikkeld bedraagt 293,9 duizend euro (2024: 231,4 duizend euro).

Een werknemer heeft conform de CAO Woondiensten per kalenderjaar recht op een individueel loopbaanontwikkelingsbudget van 900 euro met een maximum van 4.500 euro, uitgaande van een fulltime dienstverband. Bij de vorming van de voorziening is ingeschat dat 20% van het budget daadwerkelijk wordt opgenomen.

10. Langlopende schulden

10.1: Schulden aan kredietinstellingen

  Schulden kredietinstellingen Totaal 2025 Totaal 2024
Stand per 1 januari 397.201 397.201 346.083
       
- Nieuw opgenomen leningen 113.726 113.726 60.000
- Mutatie variabele roll-overleningen -4.000 -4.000 0
- Aflossingen -18.269 -18.269 -19.928
- Overige mutaties 7.616 7.616 -109
- Agio als gevolg van herstructurering 0 0 11.436
- Amortisatie -281 -281 -281
       
Saldo 495.992 495.992 397.201
       
Marktwaarde per 31 december 490.713 490.713 422.313
       
Schulden aan kredietinstellingen 495.992 495.992 397.201
Af: Aflossingsverplichting komend jaar 10.776 10.776 8.269
       
Stand per 31 december 485.216 485.216 388.932
De agio is ontstaan door de doorzak van de derivaten met een breakclausules in een lening. Deze post wikkelt, evenals de overige vorderingen herstructurering derivaat, of conform het oorspronkelijke derivaatcontract.

Het kortlopende gedeelte van deze post (de amortisatie van aankomend jaar) bedraagt 281 duizend euro en maakt onderdeel uit van de langlopende schulden.

Overige mutaties: het betreft hier de agio met betrekking tot de verstrekte lening in het kader van de ‘leningruil' Vestia en de agio met betrekking tot de activa-passiva transactie met de SOR.
  Schulden kredietinstellingen Totaal 2025 Totaal 2024
- Looptijd tussen een en vijf jaar 28.550 28.550 31.359
- Looptijd langer dan vijf jaar 456.666 456.666 357.573
       
  485.216 485.216 388.932
De leningportefeuille is als volgt verdeeld:
  Schulden kredietinstellingen Totaal 2025 Totaal 2024
- Vastrentende leningen 444.030 444.030 363.573
- Variabel rentende leningen 14.000 14.000 3.000
- Basisrenteleningen 15.000 15.000 15.000
- Agio leningruil Vestia 4.363 4.363 4.473
- Agio activa-passiva transactie SOR 7.725 7.725 0
- Agio als gevolg van herstructurering 11.155 11.155 11.436
- Amortisatie -281 -281 -281
       
  495.992 495.992 397.201
Marktwaarde

De marktwaarde van de leningenportefeuille per 31 december 2025 bedraagt € 490,7 miljoen. Dit is inclusief € 16 miljoen voor het niet opgenomen deel van de variabele hoofdsomleningen (2024: € 422,3 miljoen). De marktwaarde voor de geborgde leningen bedraagt per 31 december 2025 € 487,7 miljoen en voor de ongeborgde leningen € 3,0 miljoen (2024: geborgd € 418,9 miljoen en ongeborgd € 3,4 miljoen).

Rentevoet

Van de opgenomen vastrentende leningen is de gewogen gemiddelde rente 2,57% (2024: 2,24%).

Basisrenteleningen en variabele hoofdsom leningen

Basisrenteleningen zijn door HW Wonen in het verleden afgesloten omdat ze de mogelijkheid boden de marktrente laag vast te leggen, zonder dat (zoals bij een reguliere lening) de bijbehorende hoge(re) kredietopslag in rekening werd gebracht. Periodiek dient de opslag op de basisrenteleningen opnieuw te worden vastgelegd. De rentecoupon bestaat uit twee componenten: de basisrente en de liquiditeitsopslag. De basisrente ligt vast voor de gehele looptijd van de lening. De liquiditeitsopslag geldt voor een bepaald overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overeengekomen te worden. De liquiditeitsopslagen van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen 0,27% en 0,35%.
Vanwege de per definitie grote onzekerheid over de timing van (des-) investeringen worden variabele hoofdsom leningen wenselijk beschouwd in de leningenportefeuille. Het risico op overliquiditeit wordt middels de flexibiliteit van een dergelijke variabele hoofdsom lening beperkt. Dit omdat de hoofdsom periodiek kan worden aangepast. HW Wonen heeft ultimo 2025 twee leningen met een variabele hoofdsom in portefeuille. Eén van € 25 miljoen en één van € 5 miljoen. In totaliteit zijn er dus voor € 30 miljoen aan variabele hoofdsom leningen in portefeuille. Deze leningen kennen een variabel rentepercentage gelijk aan de 1-weeks en 1-maands Euribor. Daarboven komt een opslag; de gewogen gemiddelde opslag bedraagt 0,43%.

Borging door Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Het totaal van door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 486,3 miljoen (2024: € 390,5 miljoen).

Looptijd

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2025 21,3 jaar en de duration bedraagt 14,0 jaar (2024: 20,96 jaar en 16,16 jaar).

10.3 Terugkoopverplichting woningen verkocht onder voorwaarden

  31 december 2025 31 december 2024
Saldo per 1 januari    
     
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 25.691 21.104
Herwaarderingen 16.521 18.995
     
Boekwaarde per 1 januari 42.212 40.099
     
Mutaties in het boekjaar:    
-Vermeerderingen als gevolg van verkoop 593 1.269
-Verminderingen als gevolg van terugkoop -1.662 -1.980
-Waardemutaties terugkoopverplichting 2.910 2.824
     
Totaal mutaties boekjaar 1.841 2.113
     
Vervaardigingsprijs / Reële waarde op moment verkoop 25.343 25.691
Herwaarderingen 18.710 16.521
     
Boekwaarde per 31 december 44.053 42.212
HW Wonen heeft ultimo 2025 uit hoofde van de regeling Koopgarant een terugkoopverplichting inzake 171 woningen (2024: 175 woningen). De terugkoopverplichting betreft de terugkoopverplichting van onroerende zaken die onder een regeling Verkoop onder Voorwaarden zijn overgedragen aan derden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd en getoetst aan de bij overdracht ontstane verplichting. Bij de jaarlijkse toetsing van de terugkoopverplichting wordt rekening gehouden met de waardeontwikkelingen van onroerende zaken en specifieke contractvoorwaarden met derden.

Gedurende de periode 2015 tot en met 2022 werden er geen woningen meer onder een VOV-regeling overgedragen aan derden. Vanaf 2023 wordt een deel van de teruggekochte woningen weer doorverkocht in Koopgarant. De overige teruggekochte woningen worden v.o.n. verkocht of opnieuw in verhuur genomen.

11. Kortlopende schulden

Deze post is als volgt samengesteld:
  31 december 2025 31 december 2024
11.1 Schulden aan kredietinstellingen 10.776 8.269
11.2 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 7.265 3.350
11.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.745 1.195
11.4 Onderhanden projecten 0 2.190
11.5 Overlopende passiva 10.351 10.933
     
Totaal 30.136 25.937

11.1 Schulden/leningen overheid óf kredietinstellingen

  31 december 2025 31 december 2024
-Kortlopend deel langlopende schulden 10.776 8.269
     
Totaal 10.776 8.269

11.2 Schulden aan leveranciers

  31 december 2025 31 december 2024
-Schulden aan leveranciers 7.265 3.350
     
Totaal 7.265 3.350

11.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen

  31 december 2025 31 december 2024
-Omzetbelasting 1.327 830
-Loonheffing 294 365
-Pensioenpremies 124 0
     
Totaal 1.745 1.195

11.4 Onderhanden projecten

  31 december 2025 31 december 2024
Stand per 1 januari 2.190 2.875
     
Gedeclareerde termijnen 0 0
Verkopen boekjaar 0 415
Betaalde kosten -244 -1.005
Overboeking naar voorraad verkoopwoningen 0 0
Overboeking van voorraad verkoopwoningen in ontwikkeling -588 0
Gevormde voorziening 0 0
     
Totaal mutaties boekjaar -832 -590
Gerealiseerde winst / verlies -1.358 -95
     
Stand per 31 december 0 2.190

11.5 De overlopende passiva zijn als volgt te specificeren:

  31 december 2025 31 december 2024
- Niet vervallen rente o/g 4.545 3.711
- Vooruit ontvangen huren 679 532
- Te verrekenen stook- en servicekosten 539 162
- Waarborgsommen 164 207
- Niet opgenomen verlofdagen 408 389
- Overig; nog te ontvangen / vooruitbetaalde facturen 4.016 5.933
     
Totaal 10.351 10.933
Alle kortlopende schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.
Financiële instrumenten

HW Wonen maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die HW Wonen blootstelt aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico’s te beheersen heeft HW Wonen een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico’s van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten en daarmee de financiële prestaties van HW Wonen te beperken. HW Wonen zette in het verleden afgeleide financiële instrumenten in, zijnde interest rate swaps om risico’s te beheersen. De laatste renteswap is medio 2022 afgelopen. Afgeleide instrumenten worden niet ingezet voor handelsdoeleinden.

Kredietrisico

HW Wonen heeft geen significante concentraties van kredietrisico met betrekking tot haar financiële instrumenten. HW Wonen maakt gebruik van meerdere banken als tegenpartij ten einde kredietrisico te spreiden.

Renterisico en kasstroomrisico

HW Wonen loopt renterisico over leningen die een eindaflossing kennen en geherfinancierd moeten worden. Tevens zal een groot deel van de investeringen extern gefinancierd moeten worden, wat leidt tot blootstelling aan de dan geldende rentetarieven en leidt dus ook tot een renterisico.

Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt HW Wonen risico ten aanzien van de toekomstige kasstromen. De variabele hoofdsom leningen zijn beperkt voor een omvang van maximaal 7% van de leningenportefeuille om dit renterisico te beperken. Met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt HW Wonen risico’s over de marktwaarde.

Het rente- en looptijdenbeleid van HW Wonen is erop gericht om het renterisico van de lening portefeuille van het lopende boekjaar onder de gehanteerde norm van 15% te houden. De looptijden van nieuw af te sluiten leningen worden zo bepaald dat er in de toekomst een gelijkmatig beeld van de vervalkalender ontstaat. Het renterisico (in % van de restant hoofdsom aan het eind van het jaar) wordt berekend als de som van:

Op basis van de huidige leningenportefeuille en meerjarenbegroting 2026 – 2035 ziet het verwachte renterisico er als volgt uit:

Restant looptijd leningen

HW Wonen loopt renterisico als gevolg van volatiliteit van variabel rentende leningen en als gevolg van herfinanciering van vastrentende leningen. Dit kan als volgt worden weergegeven (excl.agio):

(x. € 1.000,-) 2025 2024
Restant looptijd leningen    
< 1 jaar € 10.433 € 8.269
1 - 3 jaar € 15.043 € 17.924
3 - 5 jaar € 11.068 € 11.866
5 - 10 jaar € 90.089 € 53.964
> 10 jaar € 346.398 € 289.551
     
  € 473.031 € 381.574
Valutarisico

HW Wonen is alleen actief in Nederland en loopt geen valutarisico.

Prijsrisico

HW Wonen heeft geen aandelen in beurs- en niet beursgenoteerde ondernemingen en loopt derhalve geen prijsrisico.

Liquiditeitsrisico

HW Wonen bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor HW Wonen steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. De liquide middelen staan volledig ter vrije beschikking.

Concentratie liquiditeitsrisico

HW Wonen zorgt voor diversificatie van de liquiditeitsbronnen en het behoud van toegang bij meerdere banken en andere financiële instellingen waar liquiditeiten kunnen worden verkregen en besteedt aandacht aan de gevolgen van het eventueel wegvallen van deze financieringsbronnen. De partijen waarbij leningen zijn afgesloten bestaan uit de volgende instellingen:

(x €1.000,-) 2025 2024 2023
BNG Bank € 282.402 € 262.435 € 222.131
NWB Bank € 150.628 € 79.138 € 79.370
Aegon € 15.000 € 15.000 € 15.000
Achmea € 10.000 € 10.000 € 10.000
Monuta € 10.000 € 10.000 € 10.000
Suddeutsche KV € 5.000 € 5.000 € 5.000
       
Totaal € 473.031 € 381.574 € 341.501
Uit bovenstaande opstelling blijkt dat het liquiditeitsrisico is geconcentreerd bij de BNG Bank en NWB Bank. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is een bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. BNG is een structuurvennootschap. Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. Nederlandse Waterschap bank N.V. is een financiële dienstverlener voor de overheidssector. Alle aandelen van de bank zijn in handen van overheden. Het risico dat leningen worden opgeëist bij een faillissement is hiermee voor deze banken beperkt.
Mitigerende maatregelen

HW Wonen ziet erop toe dat er te allen tijde voldoende opvraagbare tegoeden beschikbaar zijn om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Hiervoor gebruikt zij haar roll-over leningen, waarop wekelijks en maandelijks kan worden opgenomen en teruggeplaatst.

WSW Borgingsplafond

Het WSW heeft op 5 augustus 2025 verklaard dat, conform artikel 8 van het Reglement van Deelneming van het WSW, HW Wonen voldoet aan de eisen van kredietwaardigheid. Het WSW heeft dan ook een borgbaarheidsverklaring afgegeven. Het WSW stelt jaarlijks per corporatie een risicoscore vast aan de hand van door het WSW vastgestelde normen. Deze risicoscore wordt bepaald op basis van een integrale beoordeling van de financiële en bedrijfsmatige risico’s. Het WSW heeft voor de jaren 2025 tot en met 2027 een borgingsplafond afgegeven. Het borgingsplafond is het maximale bedrag aan geborgde leningen dat HW Wonen op enig moment in het betreffende kalenderjaar mag hebben bij het WSW. Dit plafond is berekend op basis van de ingediende dPi2024 waarin onder andere wordt aangegeven wat de verwachte financieringsbehoefte over deze periode is. De risicobeoordeling wordt hierin meegewogen. Het WSW heeft in november 2025 extra borgingingsruimte afgegeven voor de uitvoering van de activa-passiva transactie met de SOR.

Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen

WSW obligoverplichtingen

Leningen van toegelaten instellingen, die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen.
Per 1 juli 2021 is de obligoregeling met WSW gewijzigd. De oude, eenmalige obligoverplichting van 3,85% van het geborgde schuldrestant is anders ingericht en vervangen. Dat gebeurt via een nieuwe jaarlijks gemaximeerde obligoheffing en een “gecommitteerd obligo”. Het gecommitteerd obligo wordt zeker gesteld door middel van een door deelnemers af te sluiten obligolening.
Het jaarlijks obligo geldt als een heffing die jaarlijks kan worden geïnd. Het jaarlijks obligo is maximaal 0,33% van het geborgd volume aan leningen ultimo het afgelopen kalenderjaar. Voor boekjaar 2025 bedroeg dit percentage 0,0269% resulterend in jaarlijkse obligoheffing van € 105.042,-voor HW Wonen.

Daarnaast zijn corporaties verplicht een obligolening af te sluiten. De obligolening is een nieuw onderdeel van het borgstelsel van WSW en is een lening met een variabele hoofdsom waarop in beginsel niet getrokken wordt. Zolang er niet getrokken wordt op de obligolening, betalen corporaties over het niet opgenomen deel een bereidstellingsvergoeding aan de geldgever.
Deze obligolening is een door WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de woningcorporatie aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van WSW. Jaarlijks stelt WSW de omvang van dit gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Met deze obligoregeling staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2025 heeft HW Wonen een aangegane obligolening van € 10,2 miljoen (per 31 december 2024:€ 9,1 miljoen) die niet is getrokken. Deze obligolening kan worden getrokken indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.

Aangetrokken, nog niet opgenomen leningen

HW wonen heeft ultimo 2025 in totaal € 0 miljoen (2024: € 0 miljoen) aan leningen aangetrokken met een stortingsdatum na balansdatum voor investeringen en herfinancieringen.

Operationele lease
HW Wonen heeft als lessee operationele leasecontracten afgesloten. De toekomstige minimale leasebetalingen daarvan zijn als volgt te specificeren:
Leaseverplichtingen (x € 1.000,-) 2025 2024
Niet langer dan 1 jaar 12 15
Tussen 1 en 5 jaar 8 9
Langer dan 5 jaar 0 0
     
Totaal leaseverplichtingen 20 24
De operationele leaseobjecten betreft kantoorapparatuur (kopieerapparaten/printers) en een bedrijfswagen.
Erfpachtverplichtingen

Deze erfpachtverplichting betreft één onroerend goed gebouwd op grond. Deze erfpacht loopt tot 24-11-2048. Het jaarlijkse bedrag aan canonverplichtingen bedraagt 11 duizend euro. De canonverplichtingen lopen jaarlijks.

Slimmer Kopen

In ’s-Gravendeel zijn in het verleden 10 woningen verkocht onder ‘Slimmer Kopen’- voorwaarden. Anders dan bij de Koopgarant-variant geldt hier voor ons geen terugkoopplicht, maar een terugkooprecht. Per ultimo 2025 kunnen nog 6 woningen aan ons aangeboden worden voor terugkoop.

Investeringsverplichtingen

Er is sprake van niet in de balans opgenomen investeringsverplichtingen voor nieuwbouw en verduurzaming van woningen voor een totaalbedrag van € 45,8 miljoen (2024: € 31,8 miljoen), zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Eventueel uit de contracten voorvloeiende verliezen als gevolg van onrendabele investeringen zijn voorzien in de jaarrekening.

Onderhoudsverplichtingen

HW wonen heeft voor planmatig onderhoud een langdurige samenwerking waarbij de onderhoudsverplichting in kwaliteit is vastgelegd maar niet in geld.

Heffing voor saneringssteun

Net als vorig jaar hoeven corporaties geen bedrag voor saneringsheffing op te nemen in dPi. Dit laat onverlet dat - afhankelijk van nieuwe ontwikkelingen – op enig moment door de saneerder een saneringsheffing opgelegd kan worden op grond van artikel 58 van de Woningwet.

Claims en geschillen

Er zijn ultimo 2025 geen claims en/of geschillen ingediend bij HW Wonen waarvan wij verwachten dat deze een nadelige invloed van betekenis zullen hebben op onze financiële positie.

Terugkoopverplichtingen

De terugkoopverplichtingen uit hoofde van woningen verkocht onder de Koopgarant regeling zijn vermeld in de toelichting op de balans bij de post verplichtingen inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.